Technisch lego

Technisch lego

Blijft toch mooi speelgoed.

Advertenties

Eten is meten

“Eten doe je omdat het moet,” zeg ik wel eens. Dat dit een rechtstreekse provocatie is tegen de mensheid herinner ik me altijd weer als ik de geschokte gezichten om me heen zie. Okee, okee, ik doe het ook wel een beetje expres, ik geef het toe, maar ik verbaas me, erger me bijna aan de hoeveelheid aandacht die voeding tegenwoordig krijgt. Reclame, de media, chatboxen en facebook, gesprekken tussen collega’s, het gaat werkelijk ontzettend vaak over eten.  Ik begrijp de commotie niet. Het zal wel in deze tijd passen waarin mensen zoveel mogelijk controle over hun gezondheid willen. Als ik maar goed eet, dan word ik niet ziek en dan blijf ik altijd gelukkig. Zo werkt het niet helemaal, vrees ik, maar je kunt altijd proberen of het werkt.

Mijn moeder zei vroeger: “Eet gezond” en zij zette ons dan meerdere keren per week aardappels, groente en vlees voor en als alternatief voor aardappelen was er pasta en rijst. We aten maximaal één keer in de week patat of pizza of pannenkoeken en daar genoot je dan extra van. Nu ja, ik dan, maar dat was dan ook in de fase dat ik ongeveer niets lustte behalve patat.* Er was altijd tarwebrood en fruit in huis en mijn moeder deed zelfs haar best om ons (lees: mij) naar buiten te krijgen voor het broodnodige zonlucht.
U begrijpt: ik dacht écht dat ik opgegroeid was in een gezonde omgeving. Dit gevoel werd nog eens versterkt toen ik op kamers zat en begon te ontbijten met chips en meerdere avond mijn GVA** oversloeg.

Ik had het mis. Oh, mijn ouders deden het nog vrij aardig, maar de manco’s die ik tot nu toe heb kunnen ontdekken zijn:
– We hadden volkorenbrood en volkorenpasta moeten eten
– Appels zijn geen fruit, dat is gewoon water met een schil en bananen ook niet. En ik maar appels eten 😦 De verse sinaasappelsap die we soms kregen schijnt wel uitstekend te zijn geweest, hulde)
– Mijn ouders hadden me moeten dwingen tot meer lichaamsbeweging (onmogelijk)
– Vette vis! (Ik was huilend van tafel gerend)
– We aten veel te zout
– En dan de suiker! Oh, de suiker! Suiker in de thee, suiker in de koffie, suiker in de cola, suiker als broodbeleg!
– Geen vitaminepillen

Ik vrees dat ik mezelf ernstig verwaarloos. Sterker nog, nu mijn voedingspatroon drie keer slechter is dan toen ik nog bij mijn ouders woonde, verbaast het me dat ik niet doodziek ben. Als ik op mijn omgeving afga, ben ik een zeer onverstandige dwaas. Ik zal het u bewijzen:
– Ik krijg vermoedelijk te weinig vitaminen binnen en ik vul ze niet aan met pillen
– Ik eet nog steeds appels in de veronderstelling dat het fruit is
– Ik vind lichaamsbeweging iets dat je zoveel mogelijk moet mijden
– Zonder suiker is het leven ondraaglijk
– Dat vezels toch wel fijn zijn, merkte ik pas toen ik ze niet meer binnenkreeg
– Vette vis blief ik niet en margarine met al die belangrijke vetten gebruik ik niet
– Ik eet vermoedelijk nog steeds te zout (maar wel minder dan vroeger)

Doe ik dan nog iets goed? Ik kom tot de volgende rij:
– Ik kom buiten en fiets naar mijn werk
– Ik eet niet elke dag patat
– Ik doe cornflakes in mijn zuivel
– Ik snoep niet
– Ik drink nauwelijks alcohol en rook niet

Eten interesseert me weinig. Ik zal nooit een fijnproever worden en het maakt me niet uit of ik gedachtenloos voor de tv eet of bij vrienden eet. Eten is eten. Alle commotie die in onze samenleving bestaat over gezonde voeding, keurmerken, biologisch en niet-biologisch, overgewicht en anorexia, het gaat grotendeels langs me heen. Bifidus essensis mogen ze van mij houden en hun hele darmflora erbij, light-producten smaken me te kunstmatig en kinderen die perse extra gezoete pannenkoekenmix van Dora willen, moeten ze een draai om de oren geven.

Oh ja, en fruit of niet: appels zijn gewoon het lekkerst.
*Ode aan de opvoeders die het voor elkaar krijgen om maaltijden op tafel te zetten die gezond zijn én gewaardeerd. Meestal lijkt het een keuze tussen een van beide.
** Studententerm voor groente, vlees, aardappelen

Nietes!

“Hij kan niet tegen kritiek en ik kan er geen genoeg van krijgen”
Van: http://blog.29daysto.com/2011/03/15/

Je mening geven over een ander of over jezelf is een veelvoorkomend verschijnsel. De een is beter in het ene dan het andere, dat wel. Sinds ik een paar jaar geleden blootgesteld ben aan een cursus ‘hoe ga ik met kritiek om en hoe uit ik zelf kritiek’, valt het me steeds op hoe mensen in mijn omgeving omgaan met kritiek. Meestal zijn ze er niet zo goed in.

Bij het krijgen van kritiek zie ik meestal de volgende opties: ofwel iemand laat zich uit het veld slaan ofwel schiet iemand schiet in de verdediging. Combinaties zijn ook mogelijk natuurlijk.
Ik ken niemand die het leuk vindt om kritiek te krijgen. Je gaat er toch vanuit dat je de dingen die je doet goed doet en je doet natuurlijk vreselijk best. Kritiek voelt altijd als een persoonlijke aanval, als een “je doet het niet goed! je bent een prutser!” Toch zijn er manieren om handiger om met kritiek om te gaan. Ik probeer dit evangelie aan mijn vrienden en kennisen te brengen, maar ze zijn verrassend stijfhoofdig. Alsof ze graag gekwetst willen worden. Merkwaardig hoor.

Wat is dan wel handig als het om kritiek gaat?
Allereerst: luisteren. Luisteren betekent in dit geval opletten wat iemand zegt en een poging doen om op een ‘objectieve’ manier te begrijpen wat de ander bedoelt. Dit is gelijk een van de moeilijkste stappen, want wanneer luisteren we nou eigenlijk goed? Van begin tot eind ook? Soms hebben we maar drie woorden nodig om al afgeleid te zijn van wat de ander nog zegt. En maar vijf woorden om in protest te gaan. Om nog maar te zwijgen van het feit dat het zo makkelijk is om al met uitleggen/interpreteren te beginnen voordat iemand heeft uitgelegd wat hij precies bedoelt.
De oplossing: dwing jezelf om je hoofd te houden. Zet een rem op je instincten en plak je mond dicht. In dit stadium heb je echt alleen je oren maar nodig.

Zo, dat scheelt. Nu we helder hebben wat de kritiek is, kunnen we eens – rustig – nagaan wat we ervan vinden. Misschien hebben we wat verduidelijking nodig. Zoiets kun je over het algemeen gewoon vragen. Het motief van de kritiekgever is zelden om iemand te pesten, veeleer om iets te bereiken. Betere samenwerking bijvoorbeeld.
Dit is het moment waarop je mag besluiten of de kritiek onzin is of dat er misschien toch wel wat inzit. Voor de mensen die zich snel uit het veld laten slaan: geloof niet alles wat tegen je gezegd wordt. Sommige dingen zijn wel degelijk onzin! Het is niet verplicht om kritiek over te nemen, maar soms is het best handig. Er is ook niets mis mee om je mening te verwoorden in een “Nee, ik denk niet dat ik het met je eens ben.” of een “Sjonge, dat is eigenlijk best een goed idee, thanks.” Zulke uitingen worden over het algemeen meer gewaardeerd dan: “Ja, ik ben ook zo’n prutser” of “Stommerd! Je moet zelluf eens zien wat jij allemaal fout doet. nou hee!” of (een van de ergste) “Ja, je hebt gelijk… zoals altijd *demonstratieve zucht*.”

Kritiek. Je kunt ermee leren omgaan dus. Het is niet eens persé erg!
Waarom is het dan toch zo moeilijk? Omdat veel mensen niet weten hoe ze kritiek moeten geven. Ik ga hier niet uitgebreid op in, maar het komt er op neer dat mensen vaak suggereren dat iemand fout is in plaats van dat iemand iets fout doet. Vergelijk: “je bent een waardeloze kok” en “eieren koken is niet je sterkste punt”. Om deze reden voelen mensen zich aangevallen, het lijkt immers net alsof ze als persoon worden afgeserveerd.
Ja, kritiek, daar kan ik inmiddels wel redelijk mee omgaan.
Maar complimentjes…
Brr.

Lente

Al een tijdlang word ik aangesproken door mensen die hopen dat ik mijn weblog weer oppak. Ik heb het gevoel dat dit samenhangt met mijn correspondentie over de mail, maar zeker weten doe ik het niet. Niettemin is het vleiend dat wat ik schrijf in de smaak valt. Zo leg ik het maar uit tenminste.

Nu ben ik de beroerdste niet, dus op de vraag of ik weer ga schrijven, zeg ik steevast nee.

Het is tot daar aan toe om zo nu en dan een gezellig mailtje te sturen naar familie, een weblog bijhouden is hele andere koek. Ik zie mezelf al fronsend achter mijn pc zitten, vinger op de backspace, grommend over zinnen die niet lopen, grammaticale moeilijkheden die ik niet wil omzeilen maar wel tackelen. Om nog maar te zwijgen over het vinden van de juiste woorden, de juiste toon.

Ha! Alsof het leven niet al vol genoeg zit met uitdagingen en leuke dingen! Alsof mijn nieuwe computer met hip toetsenbord en onbegrijpelijke draadloze muis zou uitnodigen tot het bijhouden van een weblog.

Kom nou zeg.